Noblesse oblige

Noblesse oblige

29 oktober 2019 14:30


Als je door ons clubhuis loopt en de stokoude, door de tand des tijds aangetaste vaandels, de zwart wit foto’s uit vervlogen jaren bekijkt en de inhoud van de eikenhouten medaillekasten bestudeert die aan de muur hangen, dan weet je één ding zeker: “ASC is een uiterst bejaarde vereniging die een niet te verwoesten aureool van vroegere glorie om het hoofd draagt”. Aldus zeer mooi verwoord door Ruud Pauw in de rubriek Voetbal Extra in het Leidsch Dagblad van 13 augustus 1974.

Het is dan ook geen wonder dat de leden van de oude garde van ASC (de gents van ‘The Good Old’) voor de meest roemruchte wapenfeiten van Rood-Zwart terug moeten gaan tot in de tijd van de trekschuit en de postkoets, waarna zij na hun 5e biertje steevast uitkomen in 1925, als ASC het presteert om op de heilige grond van de Kempenaerstraat compleet onverwacht met 3-1 van de gedoodverfde kampioen Feyenoord te winnen, waardoor Sparta in plaats van Feyenoord kampioen wordt en ASC niet degradeert. Het ultieme huzarenstuk van ASC, inmiddels bijna een eeuw geleden.

Sinds de 30-er jaren van de vorige eeuw zijn de sportieve prestaties niet langer glorieus te noemen. ASC zakte in rap tempo af naar de 4e klasse van de KNVB, met zelfs enkele zwarte voetbalseizoenen in de Leidse Voetbalbond en af en toe een opleving naar de 3e klasse. Met de promotie naar de 2e klasse die vorig seizoen is bereikt, zitten we weer een beetje in de lift, maar met aspiraties om over een jaar of 5 in de hoofdklasse te spelen, moet je in de Overveerpolder niet aankomen. Het gaat bij ASC (gelukkig) nog steeds meer om het spel dan om de knikkers!

Wat is nu het archetype van een ASC-er? Chris Oppenheimer (al bijna een mensenleven lid) verwoordde het in 1974, toen hij de selectie trainde, aldus: “Een ASC-er is iemand die relativeert. Als je wint is het mooi, maar als dat niet gebeurt, schiet je er niet het leven bij in. Het imago van ASC straalt een zekere luchthartigheid uit en dat trekt ook een bepaald type mens aan”.

Erelid Burggraaf (‘Burg’), ASC-bestuurder rond 1940 en bezitter van een roodzwart hart wist ook wel waarom ASC de weg omhoog nooit echt heeft weten te vinden: “ASC bestaat in de eerste plaats uit levensgenieters en daarna pas uit voetballers. Verder hebben we bij ASC een hoge graad van eigenwijsheid bereikt. Met zulke mensen is het goed toeven, maar je maakt er geen kampioenen mee”. Een ASC-er, die verder liever anoniem wil blijven, doet er nog een schepje bovenop: “Het enige dat een ASC-er bereid is om aan te nemen van een medeclublid is……een glas. Maar alleen als het gevuld is, natuurlijk!”.

Ach ja, ASC is een bijzonder kind en dat is het”, vatte Ruud Pauw in 1974 kort en bondig samen.

En laten we dat alsjeblieft zo houden!

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!