Statuten

Statuten

STATUTEN

 

 

 

 

van

 

 

 

 

SPORTVERENIGING  AJAX  SPORTMAN  COMBINATIE

 

 

 

 

gevestigd te Oegstgeest

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Integrale tekst van de statuten, zoals deze luiden na partiële wijziging, bij akte op ……………….2010 verleden voor Mr. ………………………. , notaris te Leiden

 

 

NAAM EN ZETEL VAN DE VERENIGING

Artikel 1

 

  1. De vereniging draagt de naam SPORTVERENIGING AJAX SPORTMAN COMBINATIE.
  2. De vereniging is op 1 juni 1892 te Leiden opgericht.
  3. De vereniging heeft haar zetel te Oegstgeest.
  4. De vereniging heeft volledige rechtsbevoegdheid.
  5. De vereniging is ingeschreven in het handelsregister dat wordt gehouden door de Kamer van Koophandel Den Haag.

 

DUUR, VERENIGINGSJAAR EN BOEKJAAR VAN DE VERENIGING

Artikel 2

 

  1. De vereniging is aangegaan voor onbepaalde tijd.
  2. Het verenigingsjaar loopt van 1 juni tot met 31 mei.
  3. Het boekjaar van de vereniging loopt van 1 april tot en met 31 maart.

 

DOEL VAN DE VERENIGING

Artikel 3

 

  1. De vereniging heeft ten doel haar leden in de gelegenheid te stellen op recreatieve en prestatieve wijze de voetbalsport en cricketsport te beoefenen.
  2. Andere takken van sport kunnen worden beoefend, voorzover naar het oordeel van de algemene ledenvergadering het belang van de vereniging daardoor geen schade lijdt.

.

 

MIDDELEN TOT BEREIKING VAN HET DOEL VAN DE VERENIGING

Artikel 4

 

  1. De vereniging tracht dit doel te bereiken door middel van :

(a)               het aanbrengen en instandhouden van de nodige accommodaties;

(b)              het (doen) aanwenden van haar accommodaties in de ruimste zin voor sportieve,  recreatieve, prestatieve en/of maatschappelijke doeleinden;

(c)               het aangaan respectievelijk onderhouden van het lidmaatschap van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB), de Koninklijke Nederlandse Cricketbond (KNCB) of andere overkoepelende sportbonden;

(d)              het deelnemen aan de door de KNVB, KNCB of andere overkoepelende sportbonden georganiseerde of goedgekeurde competities en seriewedstrijden;

(e)               het spelen van wedstrijden in binnen- en buitenland;

(f)               het organiseren van evenementen op het gebied van de voetbalsport, cricketsport of andere sporten.;

(g)              andere wettige middelen welke aan het doel bevorderlijk kunnen zijn.

 

ORGANISATIE VAN DE VERENIGING

Artikel 5

 

  1. De vereniging kent een afdeling voetbal en een afdeling cricket.
  2. De afdeling voetbal respectievelijk de afdeling cricket hebben tot taak het doen beoefenen van de sport waarvoor zij zijn ingesteld.
  3. De afdeling voetbal gebruikt de naam ASC.
  4. De afdeling cricket gebruikt de naam AJAX.
  5. Afdelingen voor andere sporten dan voetbal en cricket kunnen door de algemene ledenvergadering worden ingesteld.
  6. De afdelingen hebben geen rechtspersoonlijkheid.

 

BESTUUR VAN DE VERENIGING

Artikel 6

 

  1. De vereniging wordt bestuurd door een hoofdbestuur.
  2. De afdelingen worden bestuurd door afdelingsbesturen.
  3. Het hoofdbestuur heeft tot taak (a) het (doen) verrichten van alle handelingen welke ten dienste van het doel van de vereniging zijn en (b) het coördineren van verenigingsactiviteiten in de meest algemene zin.
  4. Het hoofdbestuur houdt toezicht op de naleving van de hoofddoelstelling van de vereniging en zorgt voor het beschikbaar zijn respectievelijk het instandhouden van passende sportaccommodaties.
  5. Het hoofdbestuur verzorgt de organisatie van (jaar)vergaderingen, jubilea en festiviteiten van de vereniging die de gemeenschappelijke en onderlinge band van de leden en donateurs van de vereniging kunnen versterken en houdt toezicht op de financiële huishouding van de afdelingen, een en ander voorzover niet gedelegeerd aan de afdelingsbesturen.
  6. De afdelingsbesturen hebben tot taak het (doen) organiseren van wedstrijden, toernooien, trainingen, bijeenkomsten binnen het kader van de door de respectieve afdelingen bedreven sporten en andere sportieve activiteiten van de betrokken afdelingen, het (doen) verzorgen van de ledenadministratie, het beheren van de afdelingsfinanciën alsmede het (doen) verrichten van alle overige handelingen ten dienste van het afdelingsbelang, voorzover niet vallende onder de wettelijke of statutaire bevoegdheden van het hoofdbestuur of andere organen van de vereniging.
  7. De afdelingsbesturen beheren de financiën die op grond van de respectieve afdelingsbegrotingen bestemd zijn voor de activiteiten die de respectieve afdelingen betreffen en zijn bevoegd tot het aangaan van alle overeenkomsten terzake, behalve de in artikel 8 genoemde overeenkomsten.
  8. Het hoofdbestuur en de afdelingsbesturen kunnen zich laten bijstaan door commissies en/of adviseurs welke door het hoofdbestuur respectievelijk de afdelingsbesturen worden benoemd, tenzij bij de wet, statuten of het huishoudelijk reglement anders is bepaald.

 

 

HOOFDBESTUUR

Artikel 7

 

  1. Het hoofdbestuur bestaat uit vijf leden van de vereniging, te weten :

 

(a)       een hoofdvoorzitter, zijnde een stemgerechtigd lid van de vereniging;

(b)       de voorzitter van de afdeling voetbal;

            (c)        de voorzitter van de afdeling cricket;

(d)       een door de afdelingsledenvergadering van de afdeling voetbal aan te wijzen stemgerechtigd lid van de vereniging;

(e)        een door de afdelingsledenvergadering van de afdeling cricket aan te wijzen stemgerechtigd lid van de vereniging.

 

  1. De voorzitter van het hoofdbestuur wordt door de algemene ledenvergadering benoemd en kan geen lid van een afdelingsbestuur zijn.

 

EXCLUSIEVE BEVOEGDHEID VAN HET HOOFDBESTUUR

Artikel 8

 

  1. Het hoofdbestuur is bij uitsluiting bevoegd, met goedkeuring van de algemene ledenvergadering, tot het sluiten van overeenkomsten tot het huren, kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.
  2. Aan het hoofdbestuur komt de bevoegdheid toe om aan een of meer van zijn bestuursleden hiertoe een volmacht af te geven.

 

AFDELINGSBESTUREN

Artikel 9

 

  1. Een afdelingsbestuur bestaat uit tenminste vijf leden die tot de desbetreffende afdeling behoren, waaronder een voorzitter, een secretaris en een penningmeester.
  2. De leden van een afdelingsbestuur worden door de afdelingsledenvergadering benoemd uit de stemgerechtigde leden die tot de desbetreffende afdeling behoren.
  3. Een afdelingsbestuur neemt zijn besluiten met een gewone meerderheid van stemmen. Bij staking van de stemmen is de stem van de afdelingsvoorzitter doorslaggevend.
  4. Een bestuurslid treedt af tijdens een algemene ledenvergadering respectievelijk een afdelingsledenvergadering na een driejarige zittingsperiode, doch is terstond herbenoembaar. Het huishoudelijk reglement regelt het rooster van aftreden.
  5. Met het beëindigen van de functie van afdelingsvoorzitter eindigt tevens het lidmaatschap van het hoofdbestuur.
  6. Het staat de afdelingsledenvergadering van de afdeling voetbal respectievelijk de afdelingsledenvergadering van de afdeling cricket vrij om uit het midden van de stemgerechtigde leden van de vereniging hoofdbestuursleden te (her)benoemen.
  7. Indien een bestuurslid tussentijds zijn lidmaatschap van een afdelingsbestuur beëindigt, is het desbetreffende afdelingsbestuur bevoegd met directe ingang in deze vacature te voorzien.. Een dergelijk besluit dient te worden bevestigd gedurende de eerstvolgende te houden algemene ledenvergadering respectievelijk afdelingsledenvergadering, die overigens het recht heeft in de benoeming van een ander stemgerechtigd lid te voorzien.
  8. Indien een bestuurslid naar het oordeel van zijn medebestuurders zijn functie niet naar behoren vervult, kan hij bij besluit van het desbetreffende bestuur in zijn functie worden geschorst. Het afdelingsbestuur is verplicht binnen een maand na bovenbedoeld besluit een bijzondere ledenvergadering respectievelijk een bijzondere afdelingsledenvergadering uit te schrijven waarin het bestuur mededeling doet van de redenen van het besluit. De algemene ledenvergadering respectievelijk de afdelingsledenvergadering beslist of het bestuurslid van zijn taak wordt ontheven.
  9. Een bestuurslid kan op voordracht van tenminste tien procent van de stemgerechtigde leden respectievelijk afdelingsleden door de algemene ledenvergadering respectievelijk afdelingsledenvergadering worden ontslagen. Een dergelijke beslissing behoeft een meerderheid van tenminste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen.
  10. Het bepaalde in artikel 14, lid 3 aanhef en onder b alsmede lid 6 is van overeenkomstige toepassing.
  11. Het lidmaatschap van een afdelingsbestuur wordt beëindigd door :

(a)          beëindiging van het lidmaatschap van de vereniging respectievelijk de afdeling;

(b)          het bedanken als bestuurslid;

(c)          het aftreden als bestuurslid overeenkomstig lid 4;

(d)         het beëindigen van de functie overeenkomstig lid 5;

(e)          schorsing overeenkomstig lid 8;

(f)           ontslag overeenkomstig lid 9.

 

  1. De bepalingen van lid 4 en lid 6 t/m 8 zijn niet van toepassing op een afdelingsvoorzitter in zijn hoedanigheid van lid van het hoofdbestuur.

 

FINANCIËN,  BEGROTING EN  JAARREKENING

Artikel 10

 

  1. De begroting van de vereniging heeft gedeeltelijk betrekking op de inkomsten en uitgaven van het hoofdbestuur en gedeeltelijk op de inkomsten en uitgaven van de afdelingen. De uitgaven van het hoofdbestuur betreffen alle kosten waarin niet wordt voorzien in de begrotingen van de afdelingen.
  2. De in de begroting van het hoofdbestuur voorziene uitgaven worden gedekt door een gedeelte van de contributie van de leden onder de noemer “basiscontributie”. De hoogte daarvan wordt vastgesteld door de algemene ledenvergadering. De overige inkomsten van het hoofdbestuur betreffen donaties, sponsorinkomsten, reclame-inkomsten en dergelijke, voorzover deze niet vallen onder lid 6.
  3. Het hoofdbestuur legt uiterlijk één maand vóór voor de aanvang van het verenigingsjaar de begroting van de vereniging ter goedkeuring voor aan de algemene ledenvergadering.. De algemene ledenvergadering heeft het recht deze te wijzigen, onverminderd het hierna in lid 7 bepaalde.
  4. De kosten die moeten worden gemaakt om de leden in de gelegenheid te stellen een sport te beoefenen komen ten laste van de begroting van de desbetreffende afdeling. Daartoe behoren – afgezien van het hierna in lid 5 vermelde – onder andere de kosten van het lidmaatschap van een overkoepelende sportbond, de kosten van deelname aan en organisatie van toernooien, kosten van trainingen en trainers alsmede de kosten van aanschaf en onderhoud van materialen.
  5. Indien afdelingen hun sporten op aparte accommodaties beoefenen, komen de uitgaven voor beheer en onderhoud alsmede die in verband met de voor de accommodaties aangegane financiële verplichtingen ten laste van de begroting van de desbetreffende afdeling. Indien sprake is van een gemeenschappelijke accommodatie waar afdelingen gezamenlijk hun sporten beoefenen, worden bovengenoemde uitgaven door het hoofdbestuur - in overleg met de afdelingsbesturen - naar gelang van het gebruik dat de afdelingen van de accommodatie maken aan de desbetreffende afdelingen toegerekend. Leidt dit overleg niet tot resultaat, dan wordt de zaak aan de algemene ledenvergadering ter beslissing voorgelegd.
  6. De voor de afdelingen beschikbare geldmiddelen worden voor een deel gevormd door de lidmaatschapscontributies van de desbetreffende afdelingen. Voor een ander deel komen de beschikbare geldmiddelen voort uit donaties, subsidies, sponsorgelden en reclamegelden etc. waarvan de verstrekker expliciet aangeeft dat deze de betrokken afdeling  ten goede dienen te komen, alsmede uit exploitatie-inkomsten  van de bar. De vereniging kan daarenboven bijdragen in de kosten van een afdeling volgens een per verenigingsjaar vast te stellen besluit van de algemene ledenvergadering.
  7. De begrotingen van de afdelingen worden uiterlijk twee maanden vóór de aanvang van het verenigingsjaar aan de respectieve afdelingsledenvergaderingen  ter goedkeuring voorgelegd. De aldus vastgestelde begrotingen worden door het hoofdbestuur bekrachtigd, tenzij deze begrotingen naar de mening van het hoofdbestuur geen deugdelijk dekkingsplan voor de te verrichten uitgaven bevatten. In dat geval verwijst het hoofdbestuur de zaak naar de algemene ledenvergadering, die de begroting van een afdeling slechts kan bevestigen of verwerpen.
  8. De positieve of negatieve saldi die uit de uitvoering gedurende een bepaald jaar van een afdelingsbegroting resulteren worden ten gunste respectievelijk ten laste van het eigen vermogen van de vereniging.gebracht.
  9. De tenuitvoerlegging van de begroting wordt weergegeven in de verlies- en winstrekening van een afdeling. De verlies- en winstrekening, de balans bestaande uit activa en passiva per einde boekjaar en de toelichting op een en ander vormen samen de jaarrekening van een afdeling. Binnen 2 maanden na afloop van ieder boekjaar wordt de jaarrekening van de desbetreffende afdeling tezamen met de geconsolideerde balans van de vereniging door de afdelingsbesturen respectievelijk  het hoofdbestuur aan de (eerder voor de vaststelling van de begroting verantwoordelijke) afdelingsledenvergadering respectievelijk algemene ledenvergadering ter goedkeuring voorgelegd. Voorlegging ter goedkeuring van de jaarrekeningen gaat vergezeld van een opiniërend verslag van de kascommissie waarvan de taak en samenstelling in het huishoudelijk reglement worden geregeld. In geval van goedkeuring door de afdelingsledenvergadering respectievelijk de algemene ledenvergadering wordt aan het desbetreffende bestuur décharge voor het gevoerde beheer verleend.

 

(TOELATING) LIDMAATSCHAP, JUNIORSCHAP EN DONATEURSCHAP

Artikel 11

 

  1. De vereniging kent :

(a)    ereleden;

(b)   leden van verdienste;

(c)    seniorleden;

(d)   junioren;

(e)    donateurs.

 

  1. De afdelingen kennen afdelings-seniorleden en afdelings-junioren. Dezen dienen tevens seniorleden respectievelijk  junioren in de zin van lid 1 te zijn.
  2. Een junior verkrijgt de hoedanigheid van senior-lid op de datum van 31 mei volgend op of gelijk met de dag waarop diens achttiende verjaardag valt.
  3. Over de toelating van hen die zich voor het senior-lidmaatschap, juniorschap dan wel het donateurschap van de vereniging hebben aangemeld beslist het hoofdbestuur. De aanmelding geschiedt bij de secretaris van het hoofdbestuur.
  4. De daarop volgende toelating tot het afdelings-seniorlidmaatschap respectievelijk afdelings-juniorschap wordt geregeld in het huishoudelijk reglement.

 

RECHTEN EN VERPLICHTINGEN

Artikel 12

 

  1. Ereleden zijn vrijgesteld van het betalen van contributie. Donateurs hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die bij huishoudelijk reglement te bepalen.
  2. Onverminderd het overigens bij de wet of deze statuten bepaalde, hebben de leden en junioren het recht om van de door een bestuur aan te wijzen faciliteiten en eigendommen van de vereniging gebruik te maken. Dit gebruik moet geschieden overeenkomstig de bestaande of nog te maken reglementen, besluiten en gebruiken en eventueel onder door een bestuur vastgestelde voorwaarden.
  3. De financiële verplichtingen van een lid of een donateur jegens de vereniging met betrekking tot het lopende verenigingsjaar ondergaan door een tussentijdse beëindiging of schorsing van het lidmaatschap, juniorschap of donateurschap, geen wijziging, tenzij het hoofdbestuur anders beslist.
  4. De leden en junioren zijn verplicht om :

(a)    de statuten en reglementen van de vereniging, alsmede de besluiten van het bestuur, de algemene ledenvergadering en de afdelingen waarvan zij deel uitmaken, alsmede van commissies na te leven;

(b)   de statuten en reglementen van de overkoepelende sportbond binnen het kader waarvan zij sport beoefenen, de besluiten van hun organen, alsmede de door deze overkoepelende sportbonden van toepassing verklaarde  wedstrijdbepalingen na te leven, voorzover deze op hen betrekking hebben;

(c)    de belangen van de vereniging en van de overkoepelende sportbonden niet te schaden;

(d)   alle overige verplichtingen welke de overkoepelende sportbonden in naam van de vereniging aangaan te aanvaarden en na te komen, voorzover deze verplichtingen op hen betrekking hebben.

  1. Een bestuur kan, wanneer dit naar zijn oordeel redelijk is, in speciale gevallen   besluiten dat het door een lid of junior verschuldigde, geheel of gedeeltelijk niet zal worden ingevorderd.

 

EINDIGEN VAN HET LIDMAATSCHAP, JUNIOR SCHAP EN DONATEURSCHAP

Artikel 13

 

  1. Een lidmaatschap dan wel juniorschap eindigt door :

(a)    overlijden van betrokkene;

(b)   opzegging door betrokkene;

(c)    opzegging door de vereniging;

(d)   ontzegging door de vereniging

 

  1. Het donateurschap eindigt op de wijze als hierboven onder a en b aangegeven.
  2. Van iemand die geen verenigingslid of verenigingsjunior meer is, eindigt ook een eventueel afdelings-lidmaatschap respectievelijk afdelings-juniorschap.
  3. Opzegging van het lidmaatschap door betrokkene kan slechts geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar, mits schriftelijk bij het desbetreffende bestuur ingediend. Indien een opzegging niet tijdig is ingediend, is onmiddellijke beëindiging niettemin mogelijk indien naar het oordeel van het desbetreffende bestuur het voortduren van het (afdelings)lidmaatschap redelijkerwijs niet langer gevergd kan worden.
  4. Opzegging door de vereniging geschiedt door het hoofdbestuur (al dan niet op voordracht van een afdelingsbestuur) bij aangetekend schrijven. Zodanige opzegging kan plaatsvinden wanneer :

(a)    een lid ondanks betalingsherinnering niet of niet tijdig enige geldelijke verplichting aan de vereniging voldoet; of

(b)   de toelating tot het lidmaatschap heeft plaatsgevonden op grond van gegevens waarvan achteraf blijkt dat deze onjuist of onvolledig waren; of

(c)    redelijkerwijs niet van de vereniging gevergd kan worden het lidmaatschap dan wel het juniorschap te laten voortduren.

 

  1. Ontzetting door de vereniging kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid of junior in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of wanneer een lid of junior de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. De ontzetting  geschiedt door het hoofdbestuur (al dan niet op voordracht van een afdelingsbestuur), dat het betrokken lid of de betrokken junior  ten spoedigste van het besluit, met opgave van redenen, bij aangetekend schrijven in kennis stelt.
  2. Tegen opzegging van respectievelijk ontzetting uit het verenigingslidmaatschap of verenigingsjuniorschap staat beroep open op de algemene ledenvergadering. Dit beroep heeft geen schorsende werking.
  3. Ten aanzien van een (afdelings)bestuurslid geschiedt de opzegging respectievelijk ontzetting door de algemene ledenvergadering respectievelijk afdelingsledenvergadering. Een dergelijk besluit behoeft de goedkeuring van tenminste tweederde van de stemmen der aanwezige stemgerechtigde leden.

 

ALGEMENE LEDENVERGADERING EN AFDELINGLEDENVERGADERING

Artikel 14

 

  1. Aan de algemene ledenvergadering komen alle bevoegdheden toe voorzover deze door deze statuten niet aan andere organen zijn toegekend.
  2. De algemene ledenvergadering wordt tenminste eenmaal per jaar gehouden, en wel op zijn laatst in de week vóór het begin van het verenigingsjaar. Een afdelingsledenvergadering wordt eveneens tenminste eenmaal per jaar, uiterlijk in de week vóór het begin van het verenigingsjaar, gehouden.
  3. Een algemene ledenvergadering en/of een afdelingsledenvergadering wordt gehouden :

 

(a)         zo dikwijls als het hoofdbestuur respectievelijk het afdelingsbestuur dit nodig acht;

(b)         op schriftelijk verzoek van tenminste tien procent van de stemgerechtigde leden van de vereniging respectievelijk de afdeling.

 

Dit verzoek dient gedaan te worden aan de secretaris van het desbetreffende bestuur, onder opgave van de te behandelen punten. De vergadering moet worden bijeengeroepen niet eerder dan veertien dagen en niet later dan dertig dagen na ontvangst van het verzoek.

 

  1. De oproeping voor iedere vergadering dient tenminste veertien dagen vóór de dag van de vergadering te geschieden door middel van een schriftelijke kennisgeving vergezeld van een agenda.
  2. De oproeping voor iedere vergadering kan geschieden door publicatie in het orgaan van de vereniging respectievelijk de afdeling. Indien binnen de gestelde termijn geen editie van dat orgaan zal verschijnen, kan volstaan worden met een circulaire. Aan de vereisten van de oproeping wordt voldaan indien aan elk adres, waarop blijkens opgave van de leden meerdere leden woonachtig zijn, één aankondiging wordt verzonden.
  3. Indien aan een verzoek als bedoeld in lid 3 onder (b) van dit artikel binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping van de vergadering overgaan op de wijze als geregeld in lid 4 en, indien nodig, in de leiding daarvan voorzien. Deze vergadering kan uitsluitend beslissen omtrent de punten welke in het verzoek voorkomen. Van deze beslissingen wordt het betrokken bestuur schriftelijk op de hoogte gesteld.
  4. Alle leden die niet geschorst zijn hebben toegang tot de algemene ledenvergadering respectievelijk afdelingsledenvergadering en het recht daarin het woord te voeren en één stem uit te brengen.
  5. Hoofdbestuursleden, ereleden en leden van verdienste hebben toegang tot de afdelingsledenvergaderingen en het recht daarin het woord te voeren. Zij hebben daarin geen stemrecht, tenzij zij lid van de betrokken afdeling zijn.
  6. Ouders en verzorgers van junioren, zijnde een orgaan van de vereniging in de zin van art. 38 lid 3 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, hebben het recht om de algemene ledenvergadering respectievelijk afdelingsledenvergadering van de afdeling waarvan de desbetreffende junior lid is bij te wonen en daarin één stem uit te brengen. Zij mogen niet stemmen bij volmacht en het aantal door hen gezamenlijk uitgebrachte stemmen zal niet meer mogen zijn dan de helft van het aantal door de leden uitgebrachte stemmen. Junioren vanaf 15 jaar en ouder hebben het recht om de algemene ledenvergadering respectievelijk de ledenvergadering van de afdeling waarvan zij junior zijn bij te wonen.
  7. De algemene ledenvergadering respectievelijk afdelingsledenvergadering is, behoudens het bepaalde in het volgende lid, niet tot besluiten bevoegd, indien niet tenminste een/tiende van de stemgerechtigde leden aanwezig is. Een lid wordt geacht aanwezig te zijn, indien hij de presentielijst getekend heeft.
  8. Indien een algemene ledenvergadering respectievelijk afdelingsledenvergadering niet kan worden gehouden wegens het ontbreken van het vereiste aantal leden, zal een nieuwe vergadering moeten worden gehouden, echter niet eerder dan zeven dagen en niet later dan veertien dagen na de eerste. De aldus gehouden vergadering zal, ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden, tot besluiten bevoegd zijn, mits de agenda onveranderd blijft en van het houden van de nadere vergadering tenminste drie dagen van tevoren aan de leden schriftelijk is kennis gegeven.
  9. Alle besluiten in een algemene ledenvergadering respectievelijk afdelingsledenvergadering worden bij volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen genomen, tenzij de wet of de statuten anders bepalen. Blanco stemmen zijn van onwaarde.
  10. Stemming over personen kan, ter bepaling door de voorzitter, schriftelijk geschieden. Heeft bij stemming over personen niemand de volstrekte meerderheid behaald, dan vindt een tweede stemming plaats tussen de twee personen die de meeste stemmen op zich verenigden. Bij de tweede stemming is een gewone meerderheid van stemmen voldoende. Indien bij de tweede stemming de stemmen staken, beslist het lot.
  11. Stemming over zaken geschiedt mondeling, tenzij het bestuur een schriftelijke stemming nodig acht. Bij staking van stemmen beslist het bestuur.
  12. Het ter vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de vergadering een besluit is genomen is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voorzover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgesteld voorstel.
  13. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in lid 15 van dit artikel bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een aanwezig stemgerechtigd lid dit verlangt.Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
  14. Door een algemene ledenvergadering respectievelijk afdelingsledenvergadering genomen besluiten mogen niet strijdig zijn met de wet, deze statuten of een krachtens deze statuten vastgesteld reglement, tenzij enig besluit een wijziging van statuten of reglement inhoudt en dit besluit met inachtneming van de door het aanbrengen van zodanige wijzigingen, krachtens de in de wet, deze statuten en/of het reglement vastgestelde regelen, is genomen.
  15. De agenda van een algemene ledenvergadering bevat tenminste de volgende te behandelen punten :

(a)         notulen van de laatste algemene ledenvergadering;

(b)        jaarrekening over het afgelopen boekjaar;

(c)         begroting voor het nieuwe boekjaar;

(d)        vaststelling van de basiscontributie voor het komende verenigingsjaar.

  1. De agenda van een algemene ledenvergadering bevat daarenboven tenminste eenmaal per jaar de volgende te behandelen punten :

(a)          jaarverslag van het bestuur;

(b)         goedkeuring van de jaarrekening en décharge van het bestuur voor het door hem gevoerde financiële beheer over het afgelopen verenigingsjaar;

(c)          verkiezing van de bestuursleden.

Deze punten mogen ook op de agenda van een algemene ledenvergadering geplaatst worden.

  1. Alle voorstellen die uiterlijk veertien dagen voor een vergadering door de secretaris van het hoofdbestuur schriftelijk zijn ontvangen en zijn ingediend door het in lid 3 onder (b) van dit artikel bedoelde percentage leden, moeten op de agenda worden geplaatst, terwijl het bestuur overigens te allen tijde kan besluiten alsnog een te behandelen onderwerp op de agenda te plaatsen.
  2. De agenda van een afdelingsledenvergadering bevat tenminste de volgende punten :

(a)          notulen van de laatste afdelingsledenvergadering;

(b)         jaarrekening over het afgelopen boekjaar;

(c)          begroting voor het nieuwe boekjaar;

(d)         vaststelling van de afdelingscontributie voor het komende verenigingsjaar.

 

  1. Het in de leden 19 en 20 van dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de afdelingsledenvergadering.

 

 

UITOEFENING VAN TUCHTRECHT  / SCHORSING

Artikel 15

 

  1. Een afdelingsbestuur is bevoegd om een lid of een junior wegens wangedrag, waaronder begrepen overtreding van de statuten en reglementen van de vereniging, disciplinair te straffen met een schorsing voor een termijn van ten hoogste drie maanden, dan wel jegens het betrokken lid of de betrokken junior een disciplinaire maatregel te nemen, zoals uitsluiting van het deelnemen aan wedstrijden en/of oefeningen en ontzegging van het recht van toegang tot de accommodatie van de vereniging, welke maatregel zich niet langer mag uitstrekken dan over een termijn van drie maanden, dan wel betrokkene een boete op te leggen waarvan het maximumbedrag bij huishoudelijk reglement wordt bepaald.
  2. Tegen een door een afdelingsbestuur opgelegde schorsing staat voor betrokkene beroep open op de algemene ledenvergadering. Schorsing brengt eveneens het verlies van stemrecht in de algemene ledenvergadering respectievelijk afdelingsledenvergadering teweeg.

 

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT EN AFDELINGSREGLEMENTEN

Artikel 16

 

  1. De algemene ledenvergadering kan bij huishoudelijk reglement nadere regels  geven omtrent het lidmaatschap, juniorschap, de vaststelling van de contributies en  inschrijfgelden, de werkzaamheden van het bestuur, de vergaderingen, de wijze van uitoefening van het stemrecht, het beheer en het gebruik van aan de vereniging toebehorende of bij de vereniging in gebruik zijnde goederen en voorts alle verdere onderwerpen, waarvan de regeling haar gewenst voorkomt.
  2. Aan afdelingen komt de bevoegdheid toe afdelingsreglementen vast te stellen voor aangelegenheden die de afdeling betreffen.
  3. Het huishoudelijk reglement zal geen bepalingen mogen bevatten die afwijken van, of in strijd zijn met de bepalingen van de wet of deze statuten, tenzij de afwijking door de wet of de statuten worden toegestaan. Voor afdelingsreglementen geldt daarenboven dat zij niet in strijd mogen zijn met het huishoudelijk reglement of besluiten van de algemene ledenvergadering en het hoofdbestuur.

 

 

 

 

 

WIJZIGING VAN STATUTEN,  HUISHOUDELIJK REGLEMENT EN AFDELINGREGLEMENTEN

Artikel 17

 

  1. In de statuten, het huishoudelijk reglement dan wel de afdelingsreglementen van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de algemene ledenvergadering respectievelijk afdelingsledenvergadering waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar een wijziging zal worden voorgesteld. De termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering bedraagt tenminste veertien dagen.

 

  1. Besluiten tot wijziging van deze statuten of van het huishoudelijk reglement dan wel afdelingsreglementen kunnen slechts worden genomen door een algemene ledenvergadering respectievelijk afdelingsledenvergadering met een meerderheid van tenminste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen. Wijzigingen in de statuten treden eerst in werking nadat deze in een notariële akte zijn opgenomen.

 

ONTBINDING VAN DE VERENIGING

Artikel 18

 

  1. De algemene ledenvergadering kan besluiten de vereniging te ontbinden. Het besluit kan slechts worden genomen, indien tenminste tweederde van het aantal stemgerechtigde leden zich daarvoor verklaart.
  2. Bij gebreke van het vereiste aantal stemgerechtigde leden kan eerst tot ontbinding van de vereniging worden besloten op een volgende, tenminste dertig dagen na de eerste te houden, algemene ledenvergadering met een meerderheid van tenminste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen.
  3. In geval van ontbinding van de vereniging wordt de bestemming van het batig saldo van activa en passiva van de vereniging vastgesteld door de algemene ledenvergadering die het ontbindingsbesluit nam.

 

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!