Protocol Ontoelaatbaar Gedrag

Protocol Ontoelaatbaar Gedrag

PROTOCOL ONTOELAATBAAR GEDRAG (versie 20191002)

 Inleiding

 Ajax Sportman Combinatie, Voetbal- & Cricketvereniging te Oegstgeest (verder: ASC of de vereniging) wil voor zijn leden, medewerkers, vrijwilligers en overige bezoekers een sociaal veilige omgeving scheppen. Dit betekent dat allerlei vormen van ongewenst gedrag zo veel mogelijk moeten worden voorkomen.

ASC wil met name kwetsbare groepen middels dit protocol een extra bescherming bieden. Immers, seksuele intimidatie en pesten kunnen voor het slachtoffer dermate traumatiserend zijn, dat hij of zij hier nog een hele lange tijd, soms zelfs voor de rest van zijn of haar leven, last van kan houden.

 

Definities

Seksuele intimidatie is iedere vorm van toenadering of seksueel gedrag dat door het slachtoffer als ongewenst wordt ervaren, ook al vindt degene die beschuldigd wordt vaak dat er niets aan de hand is. Seksuele intimidatie kan variëren van een beledigend grapje, een al te amicaal schouderklopje tot gedwongen seks. Alleen de belaagde zelf kan bepalen wat seksuele intimidatie is: hij/zij weet welke handelingen voor hem/haar ongewenst zijn. Op het moment dat hij/zij het gevoel heeft lastig gevallen te worden (op een lichamelijke of seksuele manier) is er sprake van seksuele intimidatie.

 

Pesten is het systematisch misbruiken van je persoonlijke macht en/of kracht om anderen die zich niet of moeilijk kunnen verweren pijn te doen, te intimideren of bang te maken met de bedoeling er zelf beter van te worden. Pesten kan variëren van steeds terugkerende kleine pesterijen tot echte bedreigingen en lichamelijk geweld. Pesten kent vele vormen zoals:

- Verbaal - voortdurend plagen, kleineren, uitschelden, uitlachen, roddelen.

- Lichamelijk - knijpen, laten struikelen, duwen, vechten.

- Gebaren - dreigende gezichtsuitdrukkingen of gebaren.

- Afpersing - eisen dat spullen worden afgegeven.

- Buitensluiten - niet mee mogen doen, bij activiteiten steeds worden buitengesloten.

- Geniepigheden - tas afpakken en dingen laten verdwijnen.

- Telefonisch of mailen - pesterijen via de telefoon of internet (e-mail, chatten).

Ook bij pesten geldt dat het ene individu meer kan hebben dan het andere: wat de één opvat als een ‘gewone’ plagerij, kan voor de andere serieus ongewenst gedrag opleveren.

 

Doelgroepen

Dit protocol is bedoeld om (jeugd-)leden, betaalde medewerkers en betaalde en onbetaalde vrijwilligers (onder meer bestuursleden, commissieleden, trainers, coaches en managers) te beschermen tegen ontoelaatbaar gedrag zoals in dit protocol gedefinieerd.

 

Vormen van ontoelaatbaar gedrag

Zoals hierboven al uiteengezet, is het perspectief van het slachtoffer bepalend voor wat ernstig is en wat niet en wat toelaatbaar is en wat niet. Echter, minderjarigen kunnen dit niet in alle gevallen zelf helder bepalen. Vooral intieme relaties tussen jeugdleden en trainers, coaches of managers beschouwen wij als vereniging als hoogst ongewenst. Wij zullen ons technisch kader instrueren om in voorkomende gevallen conform de NOC-NSF Gedragsregels (zie bijlage) voor begeleiders in de sport te handelen.

 

Preventie van ontoelaatbaar gedrag

Voor de preventie van ontoelaatbaar gedrag is een open cultuur waarin mensen zich bewust zijn van de effecten van hun gedrag en elkaar aanspreken een vereiste. Om het bewustzijn te vergroten zal het bestuur:

- Aandacht besteden aan seksuele intimidatie en pesten in schriftelijke informatie of op een informatieavond voor (ouders van-) nieuwe leden;

- Jaarlijks tijdens de coaches avond voor de jeugd en de jongste jeugd aandacht besteden aan seksuele intimidatie en pesten;

- Aandacht besteden aan seksuele intimidatie en pesten tijdens de periodieke instructiedagen/-avonden voor jeugdtrainers;

- De NOC-NSF Gedragsregels voor begeleiders in de sport toevoegen als bijlage aan de contracten met professionele trainers en coaches;

- (Bij nieuwe contracten met) professionele trainers/coaches, bestuursleden en medewerkers (meerderjarig, betaald en onbetaald) een Verklaring Omtrent het Gedrag vragen, - voor professionele trainers/coaches en betaalde medewerkers een antecedentenonderzoek verrichten;

- Trainers en jeugdtrainers (die een vrijwilligersvergoeding ontvangen) een exemplaar van de NOC-NSF Gedragsregels overhandigen;

- Aandacht besteden aan het bepaalde in dit protocol op de website van de vereniging;

- Elke melding van seksuele intimidatie of pesten serieus en met een open vizier behandelen en bij bewezen wangedrag adequate maatregelen nemen;

- Twee vertrouwenscontactpersonen aanstellen die als eerste aanspreekpunt optreden voor vragen en opmerkingen met betrekking tot seksuele intimidatie en pesten;

 

Rollen en verantwoordelijkheden

Het creëren van een sportieve, plezierige en sociaal veilige sportomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van iedereen die bij ASC als medewerker, speler, teambegeleider, vrijwilliger, bestuurslid, scheidsrechter, toeschouwer of op welke andere manier dan ook betrokken is. Hoewel veiligheid een gezamenlijke verantwoordelijkheid is, hebben verschillende van de genoemde groepen een bijzondere verantwoordelijkheid bij de preventie van ontoelaatbaar gedrag:

Bestuur: bewustwording en communicatie, voorbeeldgedrag, zorgen voor een open cultuur, stellen van duidelijke regels en kaders, aannamebeleid van professionals, adequate follow-up van incidenten, aanspreken van technisch kader op hun verantwoordelijkheden, disciplinaire maatregelen;

Voetbal- en cricketprofessionals (betaalde trainers en coaches) en overige coaches en jeugdtrainers: handelen conform de NOC-NSF Gedragsregels voor begeleiders in de sport, voorbeeldgedrag, bevorderen eenheid binnen het team zorgen dat niemand wordt buitengesloten binnen de onder hun gezag staande  (trainings)groep, signaleren van mogelijk ontoelaatbaar gedrag binnen de (trainings)groep, melden bij fairplay of bestuur afhankelijk van incident en daders (en eventueel hun ouders) hierop aanspreken, treffen van disciplinaire maatregelen tegen daders;

Medewerkers van ASC: handelen conform de NOC-NSF Gedragsregels voor begeleiders in de sport, signaleren van ontoelaatbaar gedrag binnen de vereniging en dit melden bij het bestuur, leden en andere bij de vereniging betrokkenen aanspreken op hun gedrag, duidelijke grenzen stellen aan wat zij zelf toelaatbaar en ontoelaatbaar vinden;

 

Meldingsprocedure

Ondanks de preventie-inspanningen van de vereniging, kan seksuele intimidatie en pesten voor komen. ASC wil dat dit soort gedrag adequaat wordt aangepakt. Als hoofdregel geldt dat betrokkenen (dader en slachtoffer) moeten trachten er zelf uit te komen, eventueel met behulp van hun coach of trainer. Dit zal niet in alle gevallen mogelijk zijn. Zo kan het voorgevallene bijzonder ernstig zijn, is een situatie volledig uit de hand gelopen of heeft het slachtoffer angst voor een confrontatie met de dader(s). Voor dit soort gevallen heeft de vereniging twee vertrouwenspersonen handelend naar het Reglement Vertrouwenscommissie ASC. Deze vertrouwenspersonen treden bij gevallen van seksuele intimidatie op als vertrouwenscontactpersonen die het contact tussen de klagende partij en externe vertrouwenspersonen van NOC-NSF tot stand brengen en de klachtprocedure namens de vereniging op een zorgvuldige wijze begeleiden. Bij klachten met betrekking tot pesten fungeert de vertrouwenspersoon niet uitsluitend als vertrouwenscontactpersoon, maar is hij/zij tevens belast met de inhoudelijke behandeling van de klacht, een en ander onder verantwoordelijkheid van het bestuur. Binnen het bestuur is de voorzitter van ASC het aanspreekpunt voor de vertrouwenspersoon(-en). De procedure met betrekking tot het melden van seksuele intimidatie en pesten is als volgt:

Wie kunnen melden?

Een melding over vermeende seksuele intimidatie of pesten kan worden gedaan door medewerkers, sporters, ouders van sporters, toeschouwers, vrijwilligers en bestuur.

Vertrouwelijkheid

Gesprekken met de vertrouwenspersoon zijn in principe vertrouwelijk. Maar deze vertrouwelijkheid heeft zijn grenzen: ten eerste vanwege het algemeen belang van een veilige sportomgeving en ten tweede vanwege de Nederlandse

wetgeving die in bepaalde gevallen de vertrouwenspersoon en het bestuur verplicht de vertrouwelijkheid te doorbreken.

Het bestuur heeft de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van haar leden, de vertrouwenspersoon zal in alle gevallen dat hij/zij op welke wijze dan ook kennis neemt van een incident m.b.t. seksuele intimidatie of pesten dit geanonimiseerd

met het bestuur moeten bespreken. Hierbij wordt de vertrouwelijkheid niet geschonden terwijl het bestuur kan beoordelen of en hoe zij moet handelen. Alléén wanneer het bestuur niet zonder nadere informatie kan handelen, zal zij de vertrouwenspersoon om die informatie vragen, waardoor de vertrouwelijkheid (deels) wordt opgeheven.

Eerste opvang: verhaal en emoties

Een ieder kan een beroep doen op de vertrouwenspersoon voor vragen, vermoedens, meldingen, klachten en aangifte met betrekking tot seksuele intimidatie en pesten. De vertrouwenspersoon is hiervoor het eerste aanspreekpunt binnen de vereniging. De betrokkene moet in de eerste plaats in vertrouwen een verhaal kwijt kunnen en worden opgevangen in verband met emoties die daarbij kunnen spelen.

De vertrouwenspersoon zal bij het eerste contact twee zaken duidelijk maken:

1. elk incident wordt geanonimiseerd met het bestuur besproken omdat die de verantwoordelijkheid heeft om de implicaties voor de vereniging vast te stellen en daarnaar te handelen

2. de vertrouwelijkheid van het gesprek is begrensd: indien het bestuur oordeelt dat de veiligheid van een of meerdere van haar leden in het geding is en/of wanneer er sprake is van een ernstig strafbaar feit (zoals ernstige mishandeling, verkrachting).

Overleg over vervolgstappen: doorverwijzen

Naar aanleiding van wat de vertrouwenspersoon ter ore komt, wordt de betrokkene geïnformeerd over mogelijke vervolgstappen en over de (externe) instanties waartoe de betrokkene zich kan wenden voor de verschillende vervolgstappen. De betrokkene maakt hierin zélf een keuze of wordt doorverwezen naar instanties die bij die keuzebepaling kunnen helpen (vertrouwenspersoon van NOC-NSF, maatschappelijk werk, huisarts). Voor pesten kan betrokkene er ook voor kiezen om de vervolgstappen door of onder verantwoordelijkheid van het bestuur te laten plaatsvinden.

Opheffen vertrouwelijkheid

De vertrouwenspersoon informeert de betrokkene over de gevolgen die het incident heeft voor de stappen die de vertrouwenspersoon moet zetten. In alle gevallen zal geanonimiseerd overleg met bestuur volgen (zie hierboven). Deze beoordeelt hoe vanuit de bestuurlijke verantwoordelijkheid moet worden gehandeld. Indien dit handelen vereist dat (een deel van) de vertrouwelijkheid moet worden opgeheven, zal betrokkene door de vertrouwenspersoon hierover uitleg krijgen en om diens toestemming worden gevraagd. Bij toestemming is de vertrouwelijkheid opgeheven.

Het opheffen van vertrouwelijkheid kan echter ook zonder toestemming van de betrokkene gebeuren, maar niet nadat:

- de vertrouwenspersoon de betrokkene heeft uitgelegd waarom hij/zij deze stap moet nemen en om diens toestemming daarvoor is gevraagd;

-het is gebleken dat er geen andere weg is dan het opheffen van de vertrouwelijkheid om het voor het bestuur mogelijk te maken haar verantwoordelijkheid te nemen;

-naar het oordeel van het bestuur het niet-opheffen van de vertrouwelijkheid voor betrokkene en/of derden schade of gevaar zal opleveren en dit kan worden voorkomen door het opheffen van de vertrouwelijkheid;

- ten aanzien van seksuele intimidatie in gevallen van ernstige twijfel bij de vertrouwenspersoon (en/of bij het bestuur) aan de juistheid van het opheffen van de vertrouwelijkheid, consultatie van de vertrouwenspersoon bij NOC-NSF heeft plaatsgevonden;

Opheffen van de vertrouwelijkheid gebeurt overigens met inachtneming van alle verplichtingen die het bestuur en vertrouwenspersoon hebben jegens de bescherming van de privacy van alle betrokken partijen. Met de betrokkene bespreekt de vertrouwenspersoon de mogelijke gevolgen van deze stap en verwijst de betrokkene naar relevante hulpverlening. Tevens wordt afgesproken hoe betrokkene op de hoogte wordt gehouden van het handelen van het bestuur.

Overwegingen die tot het opheffen van de vertrouwelijkheid aanleiding kunnen geven zijn:

- er is sprake van een ernstig strafbaar feit;

- er is sprake van angst of onmacht aan de zijde van betrokkene om een strafbare en/of ongewenste situatie te beëindigen;

- er is sprake van een voor de betrokkene of derden acute onveilige sportomgeving;

- er is sprake van gedragingen of een situatie waarin het bestuur vanuit haar verantwoordelijkheid in het algemeen belang moet ingrijpen.

In geval dat de vertrouwelijkheid moet worden opgeheven omdat er sprake is van een ernstig strafbaar feit waar aangifteplicht voor geldt, zoals bij verkrachting, dan stelt de vertrouwenspersoon het bestuur daarvan in kennis en zal het bestuur deze verplichting tot aangifte moeten nakomen. Doet zij dat niet, dan berust deze verplichting in even grote mate bij de vertrouwenspersoon.

Deze kan echter geen aangifte doen namens de vereniging, maar doet dat dan als privé persoon.

Rapportage aan bestuur

De vertrouwenspersoon brengt het bestuur altijd op de hoogte van hetgeen een betrokkene heeft verklaard en welke afspraken met betrekking tot de doorverwijzing zijn gemaakt. Dit gebeurt geanonimiseerd, maar indien het bestuur dit noodzakelijk vindt met verwijzing naar personen (zie hiervoor hetgeen is beschreven over het opheffen van de vertrouwelijkheid).

Verslaglegging

De vertrouwenspersoon legt verslag van de gevoerde gesprekken en de daaruit voortvloeiende doorverwijzing en gemaakte afspraken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het standaard formulier dat hiervoor is ontwikkeld: het registratieformulier voor de vertrouwenscontactpersoon en het rapportageformulier voor de rapportage aan het bestuur. Deze formulieren worden binnen de vereniging op een veilige wijze gearchiveerd. De vertrouwenspersoon beheert dit archief.

Signalen

Bij vermoedens van seksuele intimidatie of pesten, anonieme signalen, eigen waarnemingen, of geruchten daarover, licht de vertrouwenspersoon het bestuur in. Besluit het bestuur daarop tot verdere stappen, zoals nader onderzoek, dan wordt de vertrouwenspersoon daar niet mee belast. Ook wordt de vertrouwenspersoon niet belast met inhoudelijke taken bij een eventueel tuchtrechtelijk traject, ook al komen de signalen van hem/haar.

 

Oegstgeest, 25 augustus 2019


 

GEDRAGSREGELS BEGELEIDERS IN DE SPORT

 

1. De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig kan voelen.

 

2. De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast, én verder in het privé-leven van de sporter door te dringen dan nodig is in het kader van de sportbeoefening.

 

3. De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter.

 

 4. Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.

 

5. De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.

 

6. De begeleider onthoudt zich van (verbale) seksueel getinte intimiteiten via welk communicatie middel dan ook.

 

7. De begeleider zal tijdens training(sstages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en met de ruimte waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer.

 

8. De begeleider heeft de plicht - voor zover in zijn vermogen ligt - de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.

 

9. De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen financiële beloning of geschenken van de sporter die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan.

 

10. De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de sporter is betrokken. Indien de begeleider gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze gedragsregels zal hij de daartoe noodzakelijke actie(s) ondernemen.

 

11. In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.

 

Deze Gedragsregels begeleiders in de sport zijn vastgesteld door de Algemene Vergadering van NOC*NSF d.d. 15 november 2011.

 

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!